zaterdag, augustus 19, 2006

PSALM

Ik denk dat onze liefde aardser is.
Ze loopt langs bergen wegen

op en af (daar waar wij wandelden
bleef ze de paden trouw en zal er

blijven zwerven zelfs al verga je er
van kou en honger, van verdriet).

Ik denk dat onze liefde soms vervult
wat onze lijven roepen in de diepste nacht.

Wij weten het zo zacht, wij drinken
dagelijks wijnen van die pracht.

Wie drijft er langzaam neerwaarts
door de letters van de boeken die ik je las?

Wie spreekt er fluisterend onder alle stilte
die ik je voorlas in de gaten van de dag?

Zet alle poorten open want onze
liefde -eerder van de goden dan van een God-

langs de bergen, langs de wegen, langs
de gaten van de dag, met de wijnen die wij drinken,

plant haar vruchten met mijn zaden
in de waters, in de dalen van jouw lach.


Wilbert Lambrechts, DISTICHON of het spoor van dag en nacht.
Nog te verschijnen. Antwerpen, 2007?