vrijdag, juli 03, 2009

VERHUIZING

gij hebt ons nog geholpen, heer,
toen ik al dacht: nu ist voorbij.
ik sta weer op en ik begeer
de dag die komt voor u en mij.
de mensen hadt gij weer eens lief,
gij schenkt ze aan elkaar terug
-al zijn ze moordenaar of dief,
en liegen achter ieders rug.
zo lijkt het toch. vergeven en
vergeten ist, we doen weer voort
en lachen, bouwen op en k ben
opnieuw gelukkig met mijn soort.
toon straks nog uw geheimst gelaat
als ook in 't doodgaan niets meer baat.

WILBERT LAMBRECHTS
Gedicht geschreven in de periode
van DE VOGELS VAN ORPHEUS, 2003

IK DENK DAT ONZE LIEFDE

Ik denk dat onze liefde aardser is.
Ze loopt langs bergen, wegen

op en af (daar waar wij wandelden
bleef ze de paden trouw en zal er

blijven zwerven zelfs al verga je er
van kou en honger, van verdriet).

Ik denk dat onze liefde soms vervult
wat onze lijven roepen in de diepste nacht.

Wij weten het zo zacht, wij drinken
dagelijks de wijnen van die pracht.

Wie drijft er langzaam neerwaarts
door de letters van de boeken die ik je las?

Wie spreekt er fluisterend onder alle stilte
die ik je voorlas in de gaten van de dag?

Zet alle poorten open want onze
liefde -eerder van de goden dan van God-

langs de bergen, langs de wegen, langs
de gaten van de dag, met de wijnen die wij drinken,

plant haar vruchten met mijn zaden
in de waters, in de dalen van jouw lach.

WILBERT LAMBRECHTS
DISTICHON of de sporen van dag en nacht
Berchem/Antwerpen 2000-2009