zaterdag, november 18, 2006

ZONDAG

Als ’ t straks gaat donker worden
Verlaat ik pas mijn grijze huis.
De hele dag wil ’ k mij omgorden
Met stilte, zee zonder geruis.
Ik orden wat tot tijd verviel
Nu jaren-, maanden-, wekenlang
En vorm de stof ervan tot ziel
Door woorden, zinnen in te zomen
Met warme, zuivere samenhang
Waarin muziek misschien wil stromen.
Het licht volgt mee dat traag proces
En geeft mij onopvallend les.
Dan wil ik mij weer tot jou richten
En breng je ’ s nachts nog mijn gedichten.


Wilbert Lambrechts, DE VOGELS VAN ORPHEUS, p.10
Berchem, 2002

zondag, november 05, 2006

VREEMD

Niet alle dagen zijn geschapen
Om de volmaaktheid aan te raken.
Er zijn zelfs diepe, warme nachten
Waarin wij toch verloren zijn
En naast elkaar als vreemden gaan.
De maan staat sikkelvormig klaar,
Het water stroomt halfwild als inkt
Zo zwart in ’ t sterverlichte duister
Van onze stad. Het zwaar tumult
Van kermiskreten en –attracties
Komt ook terwijl wij praten niet
Tot rust. Wij spreken zacht en zoeken,
Hoewel dat voor vannacht niet baat,
ultieme zin die ons ontgaat.

Wilbert Lambrechts, DE VOGELS VAN ORPHEUS, p.47
Berchem, 2002