HEILIG HART
3 december 2006
Toen de fiets de stormwind inwrat ’s morgens
kwam zondag met aanval op aanval op gang
op borsthoogte, op polshoogte links, op polshoogte rechts,
langs geert nog, de spoorweg langs, langs mathijs,
het schild geheven in de wind, achteruit volgt bregje
nog en ook zij ademt goddank, bedenk ik in nood
doe deze sombere dag open en toe met wolken en regen,
god van de lucht die ontbreekt. We rijden straks
naar olga nog die vera zal tonen (wederzijds) komend
door de boerenkeuken van de trap, het driemaandenlicht
van rotheux bewonderd door johanna en maria
mijn zus we kruipen een oude kreunende auto
in en achter het stuur mijn borst nog, mijn polsen
van daarstraks uit de kracht van storm die nu raast
om het carros met de bescherming tegen de aanval
die vanavond pas komt ondanks het arnikacompres
als de middernachtgrens overschreden is en ik neerlig
esther heb ik niet gezien (wel omhelsd), de rest goddank
nog wel en bregje voor wie ik neerkniel nu ik bleek word en
braakneigingen krijg en bijna flauw of dood val, de maandagnacht in.
Geen mens weet de kus die krijg van het spoor van dag en nacht,
Dat wegen kent die beginnen en verder gaan en stoppen plots.
WILBERT LAMBRECHTS, DISTICHON of het spoor van dag en nacht.
Antwerpen, 2006
Toen de fiets de stormwind inwrat ’s morgens
kwam zondag met aanval op aanval op gang
op borsthoogte, op polshoogte links, op polshoogte rechts,
langs geert nog, de spoorweg langs, langs mathijs,
het schild geheven in de wind, achteruit volgt bregje
nog en ook zij ademt goddank, bedenk ik in nood
doe deze sombere dag open en toe met wolken en regen,
god van de lucht die ontbreekt. We rijden straks
naar olga nog die vera zal tonen (wederzijds) komend
door de boerenkeuken van de trap, het driemaandenlicht
van rotheux bewonderd door johanna en maria
mijn zus we kruipen een oude kreunende auto
in en achter het stuur mijn borst nog, mijn polsen
van daarstraks uit de kracht van storm die nu raast
om het carros met de bescherming tegen de aanval
die vanavond pas komt ondanks het arnikacompres
als de middernachtgrens overschreden is en ik neerlig
esther heb ik niet gezien (wel omhelsd), de rest goddank
nog wel en bregje voor wie ik neerkniel nu ik bleek word en
braakneigingen krijg en bijna flauw of dood val, de maandagnacht in.
Geen mens weet de kus die krijg van het spoor van dag en nacht,
Dat wegen kent die beginnen en verder gaan en stoppen plots.
WILBERT LAMBRECHTS, DISTICHON of het spoor van dag en nacht.
Antwerpen, 2006
