zaterdag, december 16, 2006

HEILIG HART

3 december 2006

Toen de fiets de stormwind inwrat ’s morgens
kwam zondag met aanval op aanval op gang

op borsthoogte, op polshoogte links, op polshoogte rechts,
langs geert nog, de spoorweg langs, langs mathijs,

het schild geheven in de wind, achteruit volgt bregje
nog en ook zij ademt goddank, bedenk ik in nood

doe deze sombere dag open en toe met wolken en regen,
god van de lucht die ontbreekt. We rijden straks

naar olga nog die vera zal tonen (wederzijds) komend
door de boerenkeuken van de trap, het driemaandenlicht

van rotheux bewonderd door johanna en maria
mijn zus we kruipen een oude kreunende auto

in en achter het stuur mijn borst nog, mijn polsen
van daarstraks uit de kracht van storm die nu raast

om het carros met de bescherming tegen de aanval
die vanavond pas komt ondanks het arnikacompres

als de middernachtgrens overschreden is en ik neerlig
esther heb ik niet gezien (wel omhelsd), de rest goddank

nog wel en bregje voor wie ik neerkniel nu ik bleek word en
braakneigingen krijg en bijna flauw of dood val, de maandagnacht in.

Geen mens weet de kus die krijg van het spoor van dag en nacht,
Dat wegen kent die beginnen en verder gaan en stoppen plots.

WILBERT LAMBRECHTS, DISTICHON of het spoor van dag en nacht.
Antwerpen, 2006

zondag, december 10, 2006

WERKEN

Ik kan niet meer tot werken komen
zoals ‘t hoort. Ik heb geen discipline
meer. Het zweet breek uit bij iedere
verplichting die steeds nader komt.
Telkens wijk ik uit en zoek verpozing
in iets dat afleidt van de angst
die met ‘t verkorten van de tijd verbon-
den is. ‘k Besterf het altijd onderhuids.
Is dit het razen van een storm die
bij het herfstweer past of daagt
een nieuwe lente op, een bloesem-
paradijs dat in de tuinen staat?
Ik zoek als punt van rust in mij
jouw lief gelaat en voel me bijna vrij.