maandag, december 28, 2009

OEFENING IN KOUDE

de eerste koude is dit jaar
met eerste stille sneeuw gekomen.
k verlangde toen al zo naar haar
dat ik bleef steken in mijn dromen.
ik wilde dat zij zonder enig schromen
mij vastgreep bij mijn wilde haar
haar liefde wiste met één ferm gebaar
de kilte van mijn winterdromen
kom hier en tart het oud gevaar:
te slapen samen bij de stromen
van man en vrouw, een liefdespaar.
de eerste koude is dit jaar
met eerste harde sneeuw gekomen
en onderaan de witste bomen
liggen vlokken van haar donkre haar,
een jaar, de bomen, sneeuwgevaar
en zij en ik: géén onderkomen.

WILBERT LAMBRECHTS
december 2009

zaterdag, december 26, 2009

THEODOR IRIKS

voor esther en ben

van de geboortetijd
kent niemand het precies
begin, het uur, de duur

zo in de wintermaand dit jaar
bij plotse sneeuwinval
de stad lag meer dan lam

in 't donker blij moment
van overgang, van einde en
begin, ben jij geschenk

van god eensklaps het leven
in gekropen naar je vader, moeder
(nog wel als eerst geboren zoon)

de plaats een hoge zolderkamer
van een oude stad die in het wit
zichzelf als ogenblik en eeuwigheid hervond

en niemand wist ervan
(elk kind verbaasd aan 't raam:
dààr een begin én uur én duur!)

eerst toen 't voorbij was
ging 't gerucht de kleine we-
reld rond: net over 't middaguur

scheen plots een zon
en jij brak werelden, een nieuwe zin
klonk op voortaan, een wereldtaal,

in stilte gloorde gouden horizon
ons plots geluk, de datum en de voornaam
van jouw durf om te bestaan



WILBERT LAMBRECHTS
17 december 2009

woensdag, december 23, 2009

VROEG IN DE WINTER

ik kan de ochtenduren aan
het niemand zijn en toch bewegen

in dit huis verborgen achterkamer
in dit lichaam een ogenpaar, een steen

wanneer is het gedaan, komt dan
zelden in mij op en ik begin altijd wel

ergens aan, het licht stapelt woorden op,
de tijd komt aan en weegt niet meer

iemand laat moeiteloos los
en kijkt tegen de sterren aan

kijkt zo even tegen het sterven aan.

WILBERT LAMBRECHTS,
23 december 2009

dinsdag, december 08, 2009

HEILIGE NACHT

Jozefs mijmering

Wij zullen ’ t einde van de stad
Bereiken en dan verder gaan.
De hele nacht ligt er een tekst
Te wachten tussen nu en straks.
Zal ik je zeggen wat gaat komen
Als sterren breeduit ademen?
Verzwijg ik nog het licht dat ginds
Wil glimmen met meervoudig zingen?
Het is zo stil, zo buitentijds
In allen velden van dit land.
Het zwijgen van de leegte staakt ook
Onverwachts. Wij zijn ter plaatse.
Kijk, overal gaan wegen open
En ginds al komen herders lopen.

WILBERT LAMBRECHTS,
ongedateerd

ONDER DE LINDE

Le Bouquet 2004

Zovele zomers komen samen
In deze ene onweersnacht!
Wat goden ooit eens van ons namen,
Keert het niet terug met volle kracht?
Een bliksem komt het kind benauwen,
Geliefden grijpen elkaars hand
Terwijl de donderslagen snauwen
En hameren op het bange land.
Ikzelf ben snel op pad gegaan,
Verdwaald tot bij de witte dood,
Opdat ’ k op nacht-en-ontij’s baan
Waar niets meer is, al ’ t zijn ontbloot,
In ’ t licht der schichten weer kan vinden
Wat van ons was onder de linde.


WILBERT LAMBRECHTS,
ongebundeld 2004