maandag, februari 23, 2009

DROOM

Vannacht zag je haar bleke borsten
Stil opgericht in wazig licht.
Een vredig droomgedrocht van dorst en
Verdriet. ’ t Was zonder haar gezicht
Of makkelijk te herkennen delen,
Een vrolijk landschap kwam er niet,
Noch een décor om in te spelen.
Je tastte in een duister diep.
Daardoor is zij opnieuw gaan zwerven
Door jouw van rust verstoken ziel
Alsof zij daar maar niet kan sterven
En blijven liggen waar ze viel.
De dag zit vol met vreemde schimmen
Die bovengronds nog blijven glimmen.

WILBERT LAMBRECHTS,
Veertig gedeeld door Twee
Privépers Berchem 2003

NOVEMBERHANDELING 2005

het scheldepad open

weten hoelang alles duurt
nog voor het donkert

en tegen de stroming de zon

het vinden van jouw hand
na urenlang, dagenlang
zwijgen lukt

voorbereiding op de geboorte


aftellend de bruggen
in het ruisen van riet
lezen en schrijven
de boeken der dorpen

achthoekige kerken langs

en wuiven naar boten

voorbereiding op een ontvankelijker nu

WILBERT LAMBRECHTS
ongebundeld
n.a.v. wandeling van Antwerpen
naar Gent

Labels:

dinsdag, februari 17, 2009

EEN OGENBLIK BIJ JOU

kom ik bij jou een ogenblik
nog liggen in de ochtendstond
dan dijnt ons lichaam langzaam
uit tot ziel en hard wordt warm
geleidelijk, de tijd staat stil
in wetenschap, de vroegte
vraagt een lang voormiddaguur,
de klok vergalmt en duur
wordt vuur, bijna zijn wij
een slapend leven weer,
een kloppend hart van mond
aan mond, een borst of twee,
een opening waarin een hand
vanzelf naar binnen glipt,
jouw ding ligt aan de buitenkant
en mijn geslacht verdwijnt,
volledig vrouw, een vaderlijke
boreling wacht in de wereldwieg
en in de doopvont van de tijd
komt er een god die niets
van iets nog scheidt
tot wij weer ogen zijn
ademen in en uit
met regen aan gebroken ruiten,
buiten 't rijden heen en weer
van mensen keurend aanval en verweer
een dag vol opstand en verval
van paradijs tot carnaval



WILBERT LAMBRECHTS,
ongebundeld 2009
Antwerpen

vrijdag, februari 13, 2009

MARKGRAVELEI



dit is de blindenstraat
een lange steeg van onfrisse lucht
geul voor brandweerwagens
van west naar oost, een volle mond
ooit voor graven,
nu voor grieven en gevaren,
voor kinderen en een halve gare
(ze komen écht van overal,
ik ken niet eens hun talen)

daar staat een kerk uit het nieuw byzantium
een lange toren in de lange straat
uitroepteken van gods dageraad
smorgens wolken en savonds, zonsopgang
en ondergang liggen
op dezelfde lijnen langs de koepels,
het licht staat er vaak te dralen

dit is wat ons redt bij gebrek aan sterrenhemel
een stoet van blinden
een park vol zienden in hun kinderjaren,
oude bomen die voelende vingers
kunnen begrijpen
en burgergeheimen gesmoord
in hun hoge kamers

de straat door zal ik
mijn mensen begeleiden
o geef mij hier een huis
met mijn stille pas
wij gaan de bus te voet
tegemoet tot wij het centrum halen

hoe kwam ik hier verdwalen

WILBERT LAMBRECHTS,
ongebundeld 2009