donderdag, februari 28, 2013

ZES


Alle nummers in de speeltuin afgewerkt,
de ringen één voor één voor en achterwaarts.
Het water in dan maar, kikker schaar knip,
een vrije sprong, volledig ondergaan en duiken.
Het zwemmen neemt zijn eerste vaart.
Een derde fiets groeit mee met armen, benen,
op stoepen moeten mensen steeds maar uit de weg.

De tanden vallen uit en kiezen dringen binnen
en woorden stromen onbeperkt verhalen door,
totdat het ongezegde strop zit in haar lijf
en lastige momenten in haar komen plots
als onverwachte onweersstormen in een bos.
In armen is de liefkozing dan zoet en kalmte brengt dan
een verhaal, een spelletje tezamen doet ook goed.

Lang leve Astrid Lindgren die in haar boeken leeft
en eeuwig kindertijd aan kinderen hergeeft.
Uit alle namen komen letters voort, de hoofdletters
van eigennamen: ze zet er zeven op een blad.
En tellen gaat ook al in talen die nog staan te wachten: 
van uno, due, tre klimt het op tot sedici.
Ein verflixter Kerl, zegt ze na, want alles merkt ze op
in het gesprek dat mensen dagelijks staan te doen.

Maar allerliefst het spel alleen met poppen
en verkleed, verzonnen in de nabootswerelden
van haar geluk. Vertellingen die niemand ooit verstaat
maar die wel op en omgaan als de zon doet met de dag.
Zij staat dan dansend middenin dat kleine leven.
En stel je dan nog haar vriendinnen voor,
met wie ze spelen moet tot aan het einde van haar leven.
Blijven slapen kan en blijven slapen eeuwig moet. 

De juf is wezenlijk haar leven in de Hazelaar,
ze deelt het spel als oudste van de klas,
geen andere kinderen houden haar bezet,
ze zingt de strofen tot op hun laatste woord.
Ze weet dat papa mama vrienden zijn voorgoed.
Straks naar de circusschool en naar de eerste klas,
maar waarom hebben wij als alle anderen geen tuin?

Hoe heerlijk zou dat zijn.






zondag, februari 24, 2013

TENZIJ WEER ACHTERAF


                                        voor Anthony 
Het gaat opeens zo snel op deze weg.
Geen oog dat daarvoor eerder open ging,

geen hand die zacht er tegenin kon gaan,
niemand ontwaarde een begin, een schemering.

Tenzij weer achteraf. De tekenenen
van tegenspoed en moed, van sterk en eenzaam leven

tegen de hellingen, het gedicht van vallen,
het gedicht van opstaan tot aan de weg zo steil bergaf.

De knaap die aan de man zijn licht meegaf.
Het woord dat overblijft uit alle vuren van vooraf.


WILBERT LAMBRECHTS
Vooraf. Nieuwe Gedichten.

zondag, februari 03, 2013

VOORAF


Vooraf valt er nog wel iets te zeggen
veel meer dan achteraf.

Wij slaan de weg af naar het graf,
wij lopen ernaar toe in draf.

Vergeten ook geboorte,
alle maten, vele soorten.

En weten wij wel wat wij gaven
en weten wij wel wat wij zagen?

Vooraf valt er nog wel iets te zeggen,
niet meer achteraf.

WILBERT LAMBRECHTS,
VOORAF. Nieuwe gedichten.

IK HIER, JIJ DAAR


zo heb jij daar gelegen in je slaap,
zo traag een wezen in het leven

wie ben jij daar, waar staar je naar
hoe kom je jou langs omwegen ooit tegen

terwijl je benen weg bewegen 
en jij je om- en omdraait in het

verzwegen tegendeel, ik hier en heden,
jij landschap in de regen, een tuin

met hagen door een bos omgeven,
wie woont er daar, aan wie  

ga jij je woorden geven, gordijnen
van de slaap waardoor ik 

schaduwogen slechts gewaar.
de hemel ligt in wolken klaar,

en elke dag en elke nacht 
zo nader naast elkaar, ik hier, jij daar.

WILBERT LAMBRECHTS,
VOORAF. Nieuwe Gedichten.

NOG VOOR DE OCHTEND

Ik lag helaas al wakker
voor het krieken van de dag.

Ik wilde al iets zeggen,
ik wilde al iets doen.

Ik ging toen naar beneden
om te schrijven,

om te schrijven
bij de bronnen van de dag.

Er kwam toen langzaam
iets tot leven, er kwam

iets om en in me stromen,
en toen het licht geworden was

leek het mij heel even
alsof er goud lag in mijn hand.

Ik lag goddank al wakker
voor het krieken van de dag.

Hoe maak ik hem nu af?

Wilbert Lambrechts,
NIEUWE GEDICHTEN.