woensdag, april 04, 2007

STILSTAAN BIJ HET MEER

Is het kind dat wij dragen
Rond het meer al in het water

En koelt het de zon door te baden
Van ochtend tot avond

Schommelend over de paden
Diep in het nachtelijk weten

Van dauw en schemerrijken
Te meer? Moeders blijven het vragen.

Mannen, anders eerder zeer ambitieus
Bij het bereiken van doelen en daden,

Zij zweren het einde te halen,
De god die er wacht te zien stralen,

Zij laten nu blij de voeten los en zien
Vrouwen en stenen en eindelijk de weg

En hagedissen springen in ’t rond
Tussen muren en hun krachtige kruiden.


Wilbert Lambrechts, DISTICHON of de sporen van dag en nacht.
Antwerpen, 2007

DE SPREUK UIT PIANELLO

De manier waarop ik om wil gaan met jou,
en met elk een die vriendschap zoekt,
verlangt een zuiverheid die ik alleen
verwerf door veel alleen te zijn en
door in stilte overwonnen eenzaamheid.
Is daar in mij niet slechts de plaats
waar ik intens van allen die ik liefheb
zwanger ben en baar, zodat ik hen nieuw leven
schenken kan: een woord, een hand, of nog
het liefst langs deze omweg, door ’ t gedicht
dat ver weg in mij lag en dat ik langzaam vond.
Verlossing van de pijn die nergens ooit een
antwoord vond nadat ik rechtstreeks naar
vereniging zocht. Mijn diepste ondergrond.


Wilbert Lambrechts,
DE SPREUK VAN PIANELLO, p.46
Berchem 2003